Crowdfunding geslaagd

We hebben maar liefst € 5.755 opgehaald met onze crowdfundingactie bij Voordekunst. Er waren in totaal 104 mensen bereid te investeren in ons nieuwe project met Mario Goossens. We nemen zeer binnenkort contact op met alle donateurs die voor een tegenprestatie hebben gekozen.

Dat is gene zever

Op weg naar Mario luisteren we naar de Belgische radio, om alvast wat aan de Vlaamse tongval te wennen. Een dag vol woorden als “zever”, “goesting” en “ambras” staat weer in het vooruitzicht. De mengelmoes tussen Amsterdams, Landsmeers en Zaans die wij spreken zal in het schone Vlaanderen vast niet zo aangenaam klinken als andersom. Op de radio is inmiddels een imker uit Hasselt aan het woord: “Ah, het zoemen van de bijtjes, ik geraak daar rustig van.” In onvervalst Vlaams rept de bijenhouder verder over zijn liefhebberij. “Op een gegeven moment willen ze zwermen. Ge kunt dat niet tegenhouden. Als ze wegvliegen krijgt ge wel wat minder honing, maar dat is maar bijzaak.” Ik rij bijna van de weg af van het lachen. Deze dag begint goed.

Het is de hele dag erg gezellig in “The Gorio Hills”. Tussen de flauwe grappen door werken we hard aan demo’s die uiteindelijk de nieuwe EP moeten gaan vormen. Maar de sfeer is niet altijd even luchtig. Micha lijkt af en toe kramp in de vingers te krijgen van de verschillende manieren waarop hij sommige partijen moet proberen te spelen. En Mario is kritisch en soms ronduit bikkelhard. Vooral mijn zanglijnen moeten het vaak ontgelden: teveel blues, te weinig pop, te macho, te hard, verkeerde timing. Mijn t-shirt plakt van het koude zweet aan mijn rug terwijl ik een nieuwe variant op de zanglijn probeer. Gelukkig wordt mijn laatste poging op gejuich getrakteerd.

Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en na een korte luistersessie gaan we weer verder met het volgende instrument, altijd op zoek naar het ultieme arrangement. Als ik, terwijl Micha druk bezig is om zijn partij in de vingers te krijgen, een achtergrondlijntje improviseer op de bridge is het jeugdige enthousiasme waarmee Mario me aanspoort het meteen op te nemen precies de opsteker die ik weer nodig heb. Hoe makkelijk onze producer je pogingen ook kan wegwuiven, elk idee krijgt de ruimte en zo hoort het.

“Hoe noemen jullie dat, een koelkast?” Elk mogelijk vreemde woord, in dit geval frigo, wordt door ons Belgische gezelschap voorzien van een soort ondertiteling. Meestal overbodig, maar we hebben er inmiddels een sport van gemaakt om de kleine culturele verschillen uit te vergroten. Om eens en voor altijd het imago van dien Ollanders op te poetsen strooien we rijkelijk met zelfspot. Ondertussen leren we van onze altijd vriendelijke zuiderburen U te zeggen, dat je op café gaat om een pintje te pakken en dat je koffie uit een tas drinkt.

Al het ongemak dat we voelen als we zonder genade uit onze comfort zone worden gerukt verdampt als we naar het resultaat luisteren. De groove is lekker, de structuur zit goed. De volgende keer weer verder, want het is al laat. Gauw naar huis, want we zijn, om op ’t dan maar op z’n Hollands te zeggen, afgepeigerd.

Kevin de Harde

Farmhouse Blues Festival 2017

We’re proud to announce that The Damned and Dirty will be headlining the Farmhouse Blues Festival 2017″

South Shropshire Blues Club is turning the quant village of Wheathill into ‘Bluesville’ for one day only!

There’ll be a fully stocked bar serving the finest ales and tipples, guaranteed to make even the shyest among you get up and dance! Add delicious food from mobile vendors, camping facilities for those who don’t want to leave, and the idyllic Shropshire countryside, with views extending up to Clee Hill, and we think we’ve got the recipe for a perfect party!

Situated on a stunning piece of farmland between Ludlow and Bridgnorth we’ll start the afternoon with some chilled acoustic blues before kicking it up a notch (or ten) in the evening with foot-stompingly good live electric performances. As always, profits from the day will go to Cancer Research UK.

More information: farmhouseblues.co.uk

Een liedje dat alles heeft

‘Dit is een demo waar we gisteren aan gewerkt hebben,’ mailt onze producer Mario aan alle mensen die bij onze plaat betrokken zijn. ‘Het is een eerste draft waar wij zelf heel tevreden mee zijn. Voor de volgende keer hebben we afgesproken te gaan werken aan een nummer met een catchy riff en een catchy refrein dat heel breed gaat. Een liedje dat alles heeft.’

Dit zinnetje, over een liedje dat alles heeft, houdt me al een paar dagen uit mijn slaap. Het staat in een overduidelijk vrij haastig en argeloos getikte e-mail, maar toch laat het me niet los. We hebben inderdaad zoiets afgesproken, zij het niet in zulke sterke bewoordingen. We hebben een hele berg schitterende demo’s vol potentie, maar een liedje dat álles heeft zit er nochtans niet bij. Met een catchy riff en een geweldige tekst. Dat volkslied-achtige meezingbaarheid weet te combineren met muzikale geloofwaardigheid. Catchy als maar kan zonder dat het plat of simpel wordt. Eén zo’n lied kan het bereik van onze plaat enorm vergroten. Hele carrières zijn er gebouwd op één goed liedje. Denk aan Don’t Worry Be Happy of Ain’t No Sunshine When She’s Gone. Eén zo’n liedje en je kunt je permitteren de rest van je leven precies datgene te doen waar je zin in hebt.

Een liedje dat alles heeft dus. Een paar dagen voordat we weer de studio ingaan spreken we af om te proberen één van de liedjes die we al hebben zo te herschrijven dat het maximaal catchy is. Dat gaat moeizaam. Eigenlijk was het liedje al af. Was het complete lied tot nog toe in een half uurtje geschreven, met de aanpassingen zijn we ineens dagenlang bezig en dan nog zijn we niet tevreden. We maken een refrein met koortjes dat het nummer beduidend beter maakt. Ik durf zelfs te stellen: een van de betere nummers die we de afgelopen jaren hebben geschreven, maar op een of andere manier krijg ik het ‘liedje dat alles heeft’ maar niet uit mijn hoofd.

‘Ik denk dat dit het maar gewoon moet zijn,’ zeggen we tegen elkaar. Vaak vallen veel dingen pas in de studio op zijn plek. Daar hopen we dan maar op.

Op naar België. We vertrekken op maandagavond direct uit ons werk en komen tegen half elf ’s avonds aan op ons vaste logeeradres. We overnachten bij een vriend die vandaag niet thuis is, maar ons in zijn naïeve naastenliefde de sleutel van de achterdeur heeft gegeven. Een simpele heldendaad die het verschil maakt tussen een oncomfortabele nacht in een tweepersoonsbed in een goedkoop hotel en een gezellig verblijf in een vrijstaand huis. ‘Bier staat koud,’ sms’t hij ons.

Na een paar biertjes gooi ik iets op dat me de hele autorit al heeft beziggehouden: ik had nog een idee voor een nummer. Tot mijn verbazing blijkt Kevin hier ondanks zijn extreme moeheid nog voor te porren. Ik heb een vaag idee met breaks dat door zijn enthousiasme al snel concreet wordt. Dat is onze kracht en de basis van al ons succes: als wij bij elkaar gaan zitten om een liedje te schrijven dan lukt dat eigenlijk altijd. We maken een vliegende start en gaan voor een maximaal catchy liedje. In no time is er een couplet. Ook het refrein is zo klaar. Alleen die zanglijnen nog even tweestemmig maken. Morgenochtend moeten we weer vroeg de studio in, maar als de inspiratie toeslaat dan móét je wel doorgaan. Nu nog even een bruggetje toevoegen en we zijn klaar. In die euforie lijkt alles vanzelf te gaan. Vergeet al het andere, dít liedje gaan we morgen opnemen.

Om twee uur ’s nachts zijn we klaar en zingen we het nog een keer door; twee Hollanders die op een doordeweekse nacht in een Belgische keuken keihard een zojuist geschreven lied ten gehore brengen. Met een catchy riff en een catchy refrein dat heel breed gaat. Zou dit het liedje zijn waar we naar op zoek zijn? Morgen in de studio maar weer eens met een frisse blik naar kijken. Of misschien kan die producer dan zeggen of dit nou zo’n liedje is dat alles heeft.

Micha Sprenger

Schaven en schaven

En dan zit je ineens met z’n drieën bij elkaar in een klein studiootje in België. In woord ben je het met elkaar eens geworden over de richting waar je met je muziek heen wil gaan, maar eigenlijk garandeert dat natuurlijk niets. Woorden zijn makkelijk uitgesproken, maar dan: probeer het maar eens oneens te zijn met ‘het nieuwe album moet bluesy blijven maar tegelijk catchier dan ooit’ en je begrijpt wat ik bedoel. Niets zo moeilijk als muziek in woorden vatten. We hebben afgesproken dat we een dag met Mario als producer gaan werken om te kijken of het klikt. Als we het gevoel hebben dat de muziek er echt beter van wordt dan gaan we met elkaar in zee. Hij moet meer zijn dan een naam die goed staat op de albumcover, hij móét iets toevoegen. Het resultaat is heilig.

Dus daar zit je. Met je gitaar, je onzekerheid en een stapel half-affe liedjes. Omdat wij niet echt weten aan welk nummer we willen werken zetten we de eerste de beste demo op. Werktitel Ain’t That Something. Het is een redelijk straightforward nummer zoals we ze vaker hebben geschreven: een lekkere riff en een goede tekst, verder tamelijk traditioneel. Een echte blues, een prima blues. Uitstekend allemaal, alleen niet direct een nummer dat zich zou lenen voor onze ‘nieuwe sound’. ‘Toch maar niet doen, Mario,’ wuiven wij het weg.
Mario denkt daar echter anders over: het heeft een goede riff en een goede tekst en daarmee is het in de basis een goed nummer. Hij vraagt ons eens na te denken of we het couplet eventueel zouden kunnen houden maar er dan een knallend pop-refrein aan zouden kunnen toevoegen. Enigszins verlegen stel ik iets voor dat redelijk enthousiast wordt ontvangen, al is het het nog niet helemaal. Enthousiast geworden beginnen we te schaven.

We schaven en schaven, en dat duurt verrassend lang. Met zijn tweeën zijn we vaak snel klaar. Goed is goed. We hebben echter nu in Mario een ontregelende factor. Als wij denken goud in handen te hebben dan daagt hij ons uit om het toch nog eens over een totaal andere boeg te gooien: ‘het is fantastisch, maar…’

Toch nog eens proberen om dit iets meer ingetogen te doen. Dat eens met je kopstem te zingen. In de refreinen eens te tokkelen op die gitaar in plaats van dat hele ruige. Een gestoorde modulatie in de gitaarsolo. Een gekke brug waar het liedje volledig stilvalt. Alle opties worden gewogen en geprobeerd, de meeste worden onmiddellijk weer weggegooid. We komen in het soort flow waarin alle schuchterheid van ons afvalt. We zoeken en proberen, verzinnen dingen, vergeten ze weer snel en nemen een hele berg vage takes op waarvan ik hoop dat niemand ze ooit te horen krijgt. Het is nog helemaal niks maar er hangt iets in de lucht, we zijn iets op het spoor, we zullen niet rusten tot we eindelijk het gevoel hebben dat het klopt. Een idee voor een nummer verzinnen is peanuts, het helemaal uitwerken tot een compositie die van begin tot eind klopt is hard werken. De kunst is iets te maken dat klinkt alsof het op geen enkele andere wijze had gekund. Alsof het zo hoort. Voorbestemd is. Zoals de nummers van The Beatles – daar heb je ze weer – klinken alsof ze al eeuwenlang in steen gebeiteld staan. Schrijven is hard werken maar gelijktijdig is het het mooiste werk dat er bestaat. Als je in die flow zit van nummers schrijven dan vergeet je al het andere.

We schaven en we proberen tot we eindelijk iets hebben waar we tevreden over zijn. Als Kevin ten slotte een vlammende zanglijn inzingt en we elkaar tevreden aankijken ten teken dat het eindelijk wat begint te worden, realiseren we ons dat onze eerste werkdag samen er alweer opzit. Zonder dat we het door hebben gehad is het al half twaalf ’s avonds en morgenochtend vroeg moeten we – 250 kilometer verderop – weer fris en fruitig op ons werk verschijnen. Ik zal een week nodig hebben om bij te komen van dit avontuur, maar dat maakt niet uit. Alles voor de kunst. Het klinkt fantastisch. Totaal anders, maar nog steeds The Damned and Dirty. Nog steeds Micha en Kevin. Bluesy als altijd maar tegelijk catchier dan ooit.

Micha Sprenger

Een nieuwe sound: iets nieuw ouds of oud nieuws

Al heel lang vind ik, wellicht wat snobistisch, dat er na Muddy Waters, Miles Davis, Bob Dylan en The Beatles niet veel muziek meer is gemaakt die écht de moeite waard is. Zeg nu zelf: ik ben opgegroeid in de jaren ’90 – muzikaal gezien misschien wel het ergste tijdperk ooit – en in het decennium vóór mijn geboorte luisterde men naar Duran Duran en consorten. Een verloren generatie. Ik móést haast wel teruggrijpen op de muziek uit de zestiger jaren en daarvoor. Hedendaagse muziek mocht mij nauwelijks boeien. En was er dan eens nieuwe muziek die ik leuk vond, dan kwam die vooral van artiesten met een duidelijke retro-sound.

Ik houd dus van traditionele muziek, en dat was ook goed te horen op onze albums. Fans zeggen vaak dat onze muziek klinkt alsof het rechtstreeks komt overgewaaid uit de Mississippi delta, en men is vaak verbaasd dat onze nummers in het nu geschreven zijn. Ik vat dat altijd op als een compliment. Desgevraagd vertel ik mensen dat ik nog precies weet waar ik was toen ik voor het eerst Muddy Waters hoorde. Nooit zou ik nog iets mooiers tegenkomen. In die stijl heb ik lang gecomponeerd. Wat ooit goed was, blijft goed.

De laatste paar jaar heeft dit vroegoude mannetje echter plaatsgemaakt voor iemand die wel degelijk nieuwe muziek op waarde weet te schatten. Zong de oude bard Dylan niet: ‘But I was so much older then, I’m younger than that now.’

Die invloeden wil ik nu ook in onze muziek gaan stoppen. De oude blues is lange tijd ons ijkpunt geweest, maar nu gaan we de dingen anders doen. Sorry Muddy.

Na vier albums min of meer dezelfde aanpak is het tijd voor iets nieuws. Want bij nadere beschouwing gingen ook mijn helden zelf met hun tijd mee. Zoals The Beatles met Rubber Soul ineens transformeerden van een aanstekelijk beatbandje in een veel experimentelere psychedelische popgroep. Zoals Dylan ineens besloot om zijn akoestische gitaar en zijn folkliedjes aan de wilgen te hangen om een meer rock-georiënteerde sound te gaan creëren. Zoals Miles… nou ja, you get the picture: we gaan het anders doen.

In een poging dit hernieuwde creatieve elan op gang te brengen, sturen we elkaar de laatste tijd liedjes die we mooi vinden. Het levert een mailwisseling vol kroegpraat en prachtige muziek op. Langzaam worden we het – in woord althans – eens over welke kant we op willen. Nog steeds rootsy, maar tegelijkertijd ‘catchier’ en poppier dan we ooit klonken. Zoals de Rolling Stones altijd trouw bleven aan de blues maar gelijktijdig steeds weer nieuwe wegen insloegen. Het rauwe moet blijven, ruig en vuig als immer, maar dan minder traditioneel. Een vette bluesriff met supermelodische zang of juist andersom.

Of deze ideeën zich laten vertalen naar de nummers die we nu al geschreven hebben is de vraag. Er zit niets anders op dan het te gaan proberen. In het ergste geval beginnen we helemaal opnieuw bij nul. Tijd om de studio in te gaan en er iets nieuw ouds van te maken of oud nieuws. Liefst iets waar dat snobistische mannetje van weleer nog steeds achter kan staan.

Micha Sprenger

Help, een producer

Goed; we hebben onszelf weer eens een paar dagen opgesloten in een huisje op de Veluwe. Een huisje op de Veluwe, een huisje aan het strand, een blokhut in de modder in Friesland; god, wat hebben we al veel huisjes gezien. In no time schreven we weer twaalf nieuwe nummers. Geef ons een paar dagen rust, een gitaar en een ronduit onbeschofte hoeveelheid wijn en we schrijven een album. Om inspiratie zitten we nooit verlegen. Ik hoef de radio maar aan te zetten of het raam open te doen om weer over te lopen van de ideeën. Daar heeft het nooit aan gelegen en dat doet het nu ook niet. Dat is de basis van alles wat we samen doen. Als wij met zijn tweeën bij elkaar gaan zitten dan komt er altijd wel iets uit. Als het zou moeten schreven we twee albums per jaar, maar dat schijnt not done te zijn.

Bij onze eerste vier albums is de procedure nooit veranderd: we schrijven alle liedjes zelf; ieder voor zich bedenkt thuis tot in detail hoe ze moeten gaan klinken en vervolgens zetten we alles in een dag of drie spontaan op de plaat. Met zo weinig mogelijk muzikanten liefst. Alleen op die manier lukt dat in zo’n beperkte tijd. Dat gaat altijd goed en dat kunstje zouden we tot ons tachtigste kunnen herhalen.

Echter, we gaan het nu heel anders doen. We gaan ons lot dit keer in handen leggen van een producer.

Eigenlijk weet ik nauwelijks wat een producer precies doet. Denkt hij mee? Gaat hij ons een bepaalde richting op sturen? Schrijft hij mee aan de nummers? Hoe groot is de inbreng van zo iemand? Blijft het wel onze muziek? Hoe groot is het stempel dat zo iemand gaat drukken?

Vragen genoeg, maar als je het doet, moet je het ook goed doen. Wij hebben Mario Goossens (Triggerfinger) bereid gevonden deze rol op zich te nemen. (Zei hij niet zonder trots). We kiezen bewust voor iemand die niet zo in de traditionele blueshoek zit, om zijn inbreng extra interessant te maken. Bij de kennismaking hebben we al geconstateerd dat we elkaar aardig vinden en genoeg met elkaar gemeen hebben om over muziek te praten. Of dat ook goede muziek op gaat leveren durf ik eerlijk gezegd nog niet te zeggen.

Wat ik wél weet: als je middenin het schrijfproces zit weet je na verloop van tijd vaak niet meer of iets goed is of niet. Je hebt de nummers al op zoveel manieren omgegooid dat je niet meer weet wat de beste keus is. Vaak kan ik pas jaren later van mijn eigen nummers zeggen of ze geslaagd zijn of niet. Dan pas is er genoeg afstand. Het objectief beoordelen van je eigen werk vergt nu eenmaal tijd. Zoals elke goede schrijver een goede redacteur nodig heeft, lijkt het mij ook muzikaal gezien fijn om iemand met verstand van zaken te hebben die meedenkt.

Daarbij: als je een kans krijgt om met iemand te werken met zo’n staat van dienst dan ben je gek als je die niet pakt. Zelfs als de muziek helemaal niks wordt is het ongetwijfeld een bijzonder leerzame ervaring. Zien we eventueel over een paar jaar wel of het wat is. Dus Mario, ga je gang. Je bent van harte welkom. Laten we er iets moois van maken.

Micha Sprenger

The Damned and Dirty op Bali Blues Festival

Onlangs kwam het hoge woord dat we als enige Europese act zijn uitverkozen om te spelen op het Bali Blues Festival in Indonesië op 27 mei. We verheugen ons zeer op het optreden op het prachtige eiland Bali. In de aanloop tot, tijdens en na onze reis naar het optreden zullen we jullie uiteraard op de hoogte houden met foto’s, filmpjes en verhalen zodat jullie volop mee kunnen genieten van dit avontuur. Hou dus onze website in de gaten, of volg ons op Facebook om geen bericht te missen.