Dat is gene zever

Op weg naar Mario luisteren we naar de Belgische radio, om alvast wat aan de Vlaamse tongval te wennen. Een dag vol woorden als “zever”, “goesting” en “ambras” staat weer in het vooruitzicht. De mengelmoes tussen Amsterdams, Landsmeers en Zaans die wij spreken zal in het schone Vlaanderen vast niet zo aangenaam klinken als andersom. Op de radio is inmiddels een imker uit Hasselt aan het woord: “Ah, het zoemen van de bijtjes, ik geraak daar rustig van.” In onvervalst Vlaams rept de bijenhouder verder over zijn liefhebberij. “Op een gegeven moment willen ze zwermen. Ge kunt dat niet tegenhouden. Als ze wegvliegen krijgt ge wel wat minder honing, maar dat is maar bijzaak.” Ik rij bijna van de weg af van het lachen. Deze dag begint goed.

Het is de hele dag erg gezellig in “The Gorio Hills”. Tussen de flauwe grappen door werken we hard aan demo’s die uiteindelijk de nieuwe EP moeten gaan vormen. Maar de sfeer is niet altijd even luchtig. Micha lijkt af en toe kramp in de vingers te krijgen van de verschillende manieren waarop hij sommige partijen moet proberen te spelen. En Mario is kritisch en soms ronduit bikkelhard. Vooral mijn zanglijnen moeten het vaak ontgelden: teveel blues, te weinig pop, te macho, te hard, verkeerde timing. Mijn t-shirt plakt van het koude zweet aan mijn rug terwijl ik een nieuwe variant op de zanglijn probeer. Gelukkig wordt mijn laatste poging op gejuich getrakteerd.

Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en na een korte luistersessie gaan we weer verder met het volgende instrument, altijd op zoek naar het ultieme arrangement. Als ik, terwijl Micha druk bezig is om zijn partij in de vingers te krijgen, een achtergrondlijntje improviseer op de bridge is het jeugdige enthousiasme waarmee Mario me aanspoort het meteen op te nemen precies de opsteker die ik weer nodig heb. Hoe makkelijk onze producer je pogingen ook kan wegwuiven, elk idee krijgt de ruimte en zo hoort het.

“Hoe noemen jullie dat, een koelkast?” Elk mogelijk vreemde woord, in dit geval frigo, wordt door ons Belgische gezelschap voorzien van een soort ondertiteling. Meestal overbodig, maar we hebben er inmiddels een sport van gemaakt om de kleine culturele verschillen uit te vergroten. Om eens en voor altijd het imago van dien Ollanders op te poetsen strooien we rijkelijk met zelfspot. Ondertussen leren we van onze altijd vriendelijke zuiderburen U te zeggen, dat je op café gaat om een pintje te pakken en dat je koffie uit een tas drinkt.

Al het ongemak dat we voelen als we zonder genade uit onze comfort zone worden gerukt verdampt als we naar het resultaat luisteren. De groove is lekker, de structuur zit goed. De volgende keer weer verder, want het is al laat. Gauw naar huis, want we zijn, om op ’t dan maar op z’n Hollands te zeggen, afgepeigerd.

Kevin de Harde